Idcollege-welzijn.jouwweb.nl
Home » Algemene onderwerpen » VIB - Video Interactie Begeleiding

Video Interactie Begeleiding

 

Bij Video Interactie Begeleiding (VIB) wordt er gewerkt met filmopnames die worden nabesproken. Door het evalueren van de eigen praktijkervaringen vanuit een positieve invalshoek, wordt de juiste wisselwerking tussen pedagogisch medewerker en kind versterkt. Met als resultaat een optimale ontwikkeling van het kind.

 

Er zijn zes basisprincipes:

1. Initiatieven waarnemen en volgen

Waarneming is datgene wat je ziet en hoort, en is van groot belang in contact met elkaar.

Je kunt immers alleen reageren op datgene wat je hebt gehoord en gezien. Door gericht te gaan kijken en luisteren naar kinderen creëer je de mogelijkheid om initiatieven te zien en te kunnen reageren.

 

2. Initiatieven ontvangen

Door goed te volgen zie je de initiatieven die een kind neemt om te ontwikkelen en om contact met je te krijgen. Initiatieven van kinderen zijn onder andere gericht op het zoeken van contact. Je kunt een kind laten merken dat je belangstelling hebt voor zijn/haar initiatieven die een kind neemt. Het kind voelt zich dan begrepen en bevestigd. Ingaan op een initiatief steunt de ontwikkeling van een kind. Een ontvangstbevestiging kan zijn: toewenden, aankijken of vriendelijke toon verbaal reageren, vriendelijke gezichtsuitdrukking, vriendelijke houding, meedoen, jaknikken, ja zeggen, herhalen wat een kind zegt.

Indien er sprake is van een goede ontvangst stelt dit een kind gerust, het hoort dat volwassenen hem/haar begrijpen. Dit stimuleert om meer initiatieven te nemen dus verder te ontwikkelen.

 

3. Benoemen

Door te benoemen wat je hoort of ziet krijg je contact met het kind. Door te vertellen/benoemen wat je zelf doet of gaat doen geeft je informatie aan het kind. Het kind weet wat er gaat gebeuren, dit geeft rust en duidelijkheid. Benoemen is dus verwoorden van eigen initiatieven, initiatieven van een kind, gebeurtenissen in de omgeving, alles wat er te zien is. Bij benoemen kun je “sfeercommunicatie” toepassen. Je benoemt initiatieven, emoties, gebeurtenissen van een kind en koppelt dit terug naar de hele groep. Hierdoor raken kinderen bij elkaar betrokken en geef je op een plezierige manier leiding.

 

4. Beurtverdeling

In contact met kinderen is het wisselen van beurten belangrijk. Betrokkenheid duurt langer, wanneer een kind weet dat het aan de beurt komt. Door een goede beurtverdeling help je het kind ontwikkelen. Indien er ruimte en rust is om te wachten op een reactie van een kind, nodigt dit het kind uit om meer initiatieven te nemen.

 

5. Leiding geven/nemen

Een kind leert meer van positieve bekrachtiging dan van een negatieve afwijzing. Indien je de ja-reeks blijft hanteren is een ongewenst initiatief zo om te buigen naar een gewenst initiatief.

 

6. Ik-benoeming

Door de ik-benoeming sta je in de groep, maak je deel uit van de groep. De ik-benoeming is een ondersteuning met betrekking tot het leidinggeven/nemen.