Idcollege-welzijn.jouwweb.nl
Home » Algemene onderwerpen » STARR methode

STARR methode

Als je een activiteit hebt uitgevoerd moet je een reflectieverslag schrijven. Je vraagr feedback van je begeleidster en zorgt ervoor dat je dit verwerkt in je verslag.

 

In het verslag beschrijf je het verloop van de activiteit. Dit doe je aan de hand van de STARR methode. Het beantwoorden van de vragen helpt je bij het maken van een reflectieverslag.

 

S = SITUATIE

Wat was de situatie?

Wie waren erbij betrokken?

Waar speelde de situatie zich af?

Wanneer speelde de situatie?

Wat gebeurde er?

Was er een probleem?

 

T = TAKEN

Wat was je taak?

Wat was je rol"?

Wat werd er van je verwacht?

Wat vond je dat je moest doen? (wat verwachtte je van jezelf in deze situatie?)

Wat wilde je bereiken (doel)?

 

A = ACTIE

Hoe heb je gehandeld?

Beschrijf je concrete gedrag.

Wat was je reactie op de situatie?

Wat dacht je?

Wat voelde je?

 

R = RESULTAAT

Wat was het effect van jouw handelen op anderen?

Welke reacties gaven anderen op jouw handelen?

 

R = REFLECTIE

Wat vind je van je handelen?

Wat ging er goed?

Wat ging er niet goed?

Wat kan je de volgende keer anders doen?

Wat heb je hiervoor nodig?

 

De "STARR methode" wordt ook wel "START methode" genoemd. De laatste "T" staat dan voor "Transfer".