Idcollege-welzijn.jouwweb.nl

Bowlby: "hechting"

Bowlby benadrukte het belang van een goede interactie tussen hen om een goede hechting tot stand te laten komen. Bowlby geloofde dat vooral een sensitieve houding van de moeder voor de signalen van het kind een veilige hechting tot stand liet komen. De wijze waarop de hechting tot stand komt, heeft volgens hem een voorspellende waarde voor de emotionele ontwikkeling van een kind op latere leeftijd. Het niet-veilig gehecht zijn kan leiden tot verschillende moeilijkheden, zoals leerproblemen, problemen met zelfwaardering en eigenwaarde en moeite hebben met het aangaan van relaties.

 

Grote invloed op de manier van opvoeden

Bowlby besteedde in de gehechtheidstheorie met name aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, het belang van de sensitiviteit en de interactie met de opvoeder en hij benadrukte de evolutionaire oorsprong van het gehechtheidsgedrag. Hij liet zaken als de morele of zedelijke ontwikkeling van het kind buiten beschouwing. De gehechtheidstheorie is op dit moment een van de meest invloedrijke theorieën op het gebied van de kinderlijke ontwikkeling en Bowlby een van de meest geciteerde auteurs.
Met het formuleren van de gehechtheidstheorie gaf Bowlby in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw een alternatieve verklaring voor het gedrag dat kinderen laten zien wanneer zij van hun primaire opvoeder worden gescheiden. Door het aaneensmeden van elementen uit onder meer de psychoanalyse en ethologie, vond Bowlby een verklaring voor een zeer belangrijk aspect van het menselijke gedrag.
De implicaties van Bowlby’s ideeën voor de ontwikkeling van kinderen en de manier waarop zij worden opgevoed zijn enorm en hebben de praktijk van de dagelijkse opvoeding ingrijpend beïnvloed.

 

Hechtingstheorie

Al in 1938 benadrukt Bolwby tijdens zijn toetredingsrede dat een verbroken moeder kindrelatie in de eerste drie jaar vaak leidt tot emotioneel teruggetrokken gedrag van het kind. Hij formuleerde in de jaren 40 en 50 zijn hechtingstheorie op basis van studies op de school waar hij werkt voor kinderen met afwijkend gedrag. Zijn idee is dat kinderen genetisch geprogrammeerd zijn om zorg te krijgen in de periode van kinderlijke hulpeloosheid. Dit doen zij bijvoorbeeld door te huilen of nabijheid van vaste verzorgers te zoeken. Volgens bowlby hebben kinderen die gehechtheidsgedrag vertonen meer kans op overleving en dus nakomelingen. Door nabijheid voelt het kind zich veilig en kan het zijn omgeving gaan exploreren. Bowlby concludeerde dat een langdurig afwezige band tussen moeder en kind in de eerste drie levensjaren leidt tot een onomkeerbaar negatief effect op de geestelijke gezondheid van het kind.

Bowlby’s hechtingstheorie heeft geleerd dat het verstandig is om huilende baby;s niet te laten huilen, maar te troosten. Door te huilen laten ze immers merken dat ze behoefte hebben aan de nabijheid van hun verzorgers. In de kinderopvang is de relatie tussen leidster en kun een aandachtspunt geworden. Ook verklaart de theorie dat ondervoede of mishandelde kinderen toch loyaal aan hun ouders blijven. ze zijn namelijk wel aan hen gehecht, ook al is het soms niet veilig gehecht.