Idcollege-welzijn.jouwweb.nl

Gilles de la Tourette

Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Syndroom van Gilles de la Tourette
ICD-10 F95.2
ICD-9 307.23
MedlinePlus 000733
eMedicine med/3107neuro/664
Portaal  Portaalicoon  Geneeskunde

Het syndroom van Gilles de la Tourette (GTS) is een verzameling verschijnselen die zich manifesteert als ongecontroleerde spierbewegingen en het maken van geluiden (tics). Het syndroom is vernoemd naar de Franse neuroloog Georges Gilles de la Tourette (1857 – 1904) . Mensen die hieraan lijden, soms kortweg touretters genoemd, hebben een onbedwingbare drang bepaalde bewegingen te maken of bepaalde geluiden of woorden te uiten. Uit schaamte proberen ze die vaak te verhullen. Knipperen met de ogen zal men bijvoorbeeld maskeren door in de ogen te wrijven en dan de ogen toe te knijpen.

Zulke ongewilde en in de omgang veelal in meerdere of mindere mate storende bewegingen en geluiden worden 'tics' genoemd. Wanneer er regelmatig minstens twee motorische tics en één vocale tic (niet noodzakelijk tezelfdertijd) optreden en dit binnen een observatieperiode van minstens één jaar, dan spreekt men van het syndroom van Gilles de la Tourette. Men kan gedurende dit jaar ook ticvrije periodes hebben, die tot drie maanden kunnen duren.

Anders omschreven wordt de diagnose 'syndroom van Gilles de la Tourette' gesteld als:

  1. regelmatig minstens twee motorische en eventueel één vocale tic;
  2. de tics langer dan een jaar aanhouden;
  3. andere neurologische oorzaken zijn uitgesloten.

[bewerken] Kenmerken

De verschijnselen openbaren zich meestal tussen het vierde en elfde levensjaar. De verschijnselen kunnen na de puberteit verminderen, maar dat is niet noodzakelijk. De volgende tics kunnen al dan niet in combinatie met elkaar voorkomen:

  • Bewegingstics, ook wel motorische tics genoemd:
    • knipperen met de ogen
    • een grimas trekken
    • wegdraaien van de ogen
    • optrekken van de neus
    • schudden met het hoofd
    • schouders optrekken
    • knakken van de vingers of andere ledematen en daar geen controle over hebben (dit is lucht tussen het kraakbeen dat zich verplaatst door de beweging) Dit kan soms echt een 'tic' zijn, maar ook een vorm van dwang zoals beneden in dit artikel genoemd wordt.
    • diverse tics in ledematen

Dit zijn voorbeelden, maar als motorische tic is bijna alles mogelijk.

  • Geluidstics, ook wel vocale tics genoemd:
    • keel schrapen
    • kuchen
    • grommen
    • knorren
    • sisgeluiden
    • klakken met de tong
    • uiten van zinloze kreten
    • uiten van scheld- en schuttingwoorden, vloeken (coprolalie)
    • herhalen van woorden of zinnen (echolalie of palilalie)

Dit zijn ook voorbeelden, maar als vocale tic is ook heel veel mogelijk.

De bewegingstics kunnen elk lichaamsdeel treffen en de geluidstics kunnen variëren van keel schrapen en snuiven tot het ongewild luidkeels roepen van woorden en zinnen. De eerste verschijnselen van het syndroom manifesteren zich meestal rond de leeftijd van zes tot zeven jaar, soms ook later, maar in principe voor het 21e levensjaar. Voordien waren er vaak al diffuse klachten van overbeweeglijkheid en aandachtsstoornissen. Meestal ziet men aanvankelijk enkel motorische tics zoals oogknipperen, grimassen, hoofdschudden. Een of twee jaar later hoort men de eerste geluiden zoals keel schrapen, grom- of snuifgeluiden. Nog later treden vaak dwanggedachten en -handelingen op. Soms manifesteren de symptomen zich in een andere volgorde of allemaal tegelijk.

Men kan dezelfde tics behouden of steeds nieuwe krijgen die ook nog eens van dag tot dag kunnen wisselen in intensiteit. Er zijn echter geen twee mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette hetzelfde, iedereen heeft zijn persoonlijke tics.

Mensen met het syndroom van Gilles de la Tourette (GTS) vangen vaak veel meer prikkels uit de omgeving op dan mensen zonder GTS, te vergelijken met hoog sensitieve mensen. Het verwerken van deze extra prikkels gebeurt vaak door middel van tics. Mensen met GTS zijn vaak gevoelige mensen die niet van verandering houden en minder tics hebben indien hun levenssituatie stabiel is.

Het syndroom van Gilles de la Tourette wordt ten onrechte vaak gebruikt als synoniem voor coprolalie. Deze tic is wellicht de meest bekende, maar zeker niet de meest voorkomende tic bij mensen die lijden aan het syndroom. Het syndroom werd ooit beschouwd als een zeldzame aandoening, maar uit recent onderzoek blijkt dat de prevalentie van het syndroom van Gilles de la Tourette relatief hoog is: ca. 5 op de 100 kinderen en 1 op de 100 volwassenen. Naar schatting is 20% van hen niet op de hoogte en/of zich niet bewust van de aandoening.

Ook kunnen mensen in de omgeving ervoor zorgen dat de tics verergeren, door om de tics te lachen of opmerkingen erover te maken. Dit verhoogt het aantal prikkels en kan de betreffende persoon nerveus en onzeker maken. Soms nemen mensen met tics ook andere tics over van mensen, vooral mensen met dwangstoornissen, bijvoorbeeld op een bijeenkomst van mensen met het Syndroom van Gilles de la Tourette. Hierdoor krijgen mensen met het syndroom van Gilles De La Tourette meer prikkels en worden de tics erger. Als mensen niet op de tics letten, kunnen de tics verminderen.

[bewerken] Combinatie met andere stoornissen

Het syndroom van Gilles de la Tourette kan voorkomen in combinatie met andere verschijnselen: